Kijfwijf

Mijn dochter heeft mij niet meer nodig. Toch niet meer altijd de hele tijd. Ergens tussen gisteren en eergisteren is dat gebeurd. Samen met het buurmeisje trekt ze er tegenwoordig uren op uit. Dan zitten ze in de tuin. Die is groot genoeg om ervoor te zorgen dat ik haar niet voortdurend kan monitoren. En ik weet niet wat ik het vervelendst vind: dat ik haar niet voortdurend kan monitoren of dat ze niet meer voortdurend gemonitord wil worden.

We moeten er allebei aan wennen, aan die nieuwe vrijheid. Zo kreeg ik de boodschap ‘ga jij maar werken mama, wij spelen gewoon maar een beetje.’ Ik heb nog niet de reflex ontwikkeld om dan meteen te checken wat er precies wordt bekokstoofd. Ik had bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat de dames een volledige kilo kristalsuiker zouden gaan oplepelen, of zelf kapstertje zouden spelen. Haar coupe was aanzienlijk korter, ‘want dan groeien de haren sneller, mama’. Goddank is hun motoriek genoeg ontwikkeld om redelijk waterpas te knippen.

Onze kip daarentegen had minder geluk. Die moest mee op wandel. Met een touwtje rond haar nek. Ze raakte niet ver. Ik moet nog altijd wennen aan het idee dat mijn dochter een kip heeft vermoord. Ze heeft wel  tien minuten sorry moeten zeggen tegen het stoffelijk overschot, meer konden we niet meer doen.

“Wat? Gaan juliie chocomelk geven aan de kat?”
-“Nee, wij willen chocomelk drinken zoals een kat.”

En zo word ik dus een kijfwijf. Een moeder van het genre: ‘als jullie dat doen, dan zwaait er wat. Een permanente pretbederver. “Nee, jullie mogen niet drinken als poesjes in de living. Nee, jullie mogen het toilet niet op slot doen en de sleutel verstoppen als ik er op zit. En nee, jullie mogen geen heksendrankje maken van alles wat er in de frigo zit.”

Na bijna 5 jaar te verkeren in een permanente staat van alertheid om ervoor te zorgen dat ze niet te pletter stort van de trap, de inhoud van haar pamper niet opeet of geen ketel kokend water over zich heen trekt, dient zich nu een nieuwe fase aan. De gevaren zijn voor mij minder zichtbaar, maar de landmijnen daarom niet minder venijnig.

Mind of her own, mijn dochter. You go girl, ik volg wel!