Vincent

Ik sta op de binnenkoer en achter mij hoor ik dat iemand me ‘salope’ noemt. Ik heb dat woord niet meer gehoord sinds we in Schaarbeek woonden en één of ander sujet tevergeefs probeerde mij mijn gsm-nummer te ontfutselen.

Wij doen aan cohousen omdat wij dat een fijne woonvorm vinden. Het is daarbij niet onbelangrijk dat je medebewoners min of meer op dezelfde golflengte zitten. Dat durft wel eens tegen te vallen.

Een dik jaar geleden kwam Vincent plots uit de lucht gevallen. Een nieuwe bewoner die er een beetje uitzag als Rambo op retour, maar dan platter. Hij vond onze hoeve très sympa, comme un petit village. Toen hij zijn stuk kocht, heette hij nog Vicente, was hij een onverbeterlijke vrijgezel en beloofde hij aan de andere bewoners hier een beetje leven in de brouwerij, met in zijn stuk van onze hoeve des td’s avec tas de petites amies.

Vincent/Vicente

Na enkele maanden merkte hij dat zijn marktwaarde was gedaald en vond hij het verstandiger om te proberen zijn ex-vrouw terug te winnen. Vanaf dan verzocht hij ons om hem Vincent te noemen. Niet meer Vicente. Oké. Vincent, dan.

Wat hij doet voor de kost is nooit helemaal duidelijk geworden. Zelf zegt hij dat hij vroeger paracommando was en vaak in Afrika zat. Dat staaft hij door erbij te vertellen dat hij daar een kind of drie heeft rondlopen. Tenminste volgens de laatste tellingen. Nu doet hij iets met lassen op des chantiers de construction in het Luikse. Meer details hierover ontbreken. Hij zit wel héél vaak gewoon thuis. En dat was ook al voor de lockdown het geval.

Democratie

Nu hadden we hier in de cohousing al wat problemen met democratische besluitvorming. Hoewel een tweederde meerderheid volstaat om een beslissing door te duwen, bleek niet iedereen dit principe genegen. Zo durfde de boel al eens vast te lopen op koppige wanbetalerij.

Vincent/Vicente daarentegen, die heeft in Afrika gezeten. Daar heeft hij op veel plaatsten vrede gesticht en democratie gebracht. Hij is een geboren voorvechter van de Verlichtingswaarden en zijn idealistische strijd zou hij hier onvermoeid voortzetten.

Wie Vincent/Vicente ontmoet, hoeft weinig moeite te doen om in hem zijn meerdere te erkennen. Hij weet quasi alles over alles en hij is ook altijd bereid om zijn gesprekspartner een uitvoerige uiteenzetting te geven over gelijk welk onderwerp. Hij doet dat ook spontaan en ongevraagd. Over bouwen en verbouwen, over tuinieren, over planten en dieren, over vrouwen, aardrijkskunde, geschiedenis, de kapitalistische wereldorde, over you name it, Vincent geeft je zijn verrijkende kennis en inzichten.

Zelf word ik graag volgelepeld met kennis. Maar ik vind het ook wel prettig als iemand mij af en toe eens een vraag stelt. Dat doet Vincent/Vicente dan weer niet. Waarom zou hij trouwens? Hij weet toch al alles.

Je parle

V. heeft zich op korte tijd opgewerkt tot chef van onze village. Waar er de eerste weken nog enige vorm van dialoog was, is dat sinds vorige zomer zo goed als verdwenen. Je parle, je parle, je parle, roept hij geïrriteerd, wanneer iemand anders het waagt om het woord te nemen.

Zijn superioriteit ten aanzien van ons is zo uitgesproken dat de rest van de groep het nadenken best gewoon aan hem overlaat, vindt hij. Hij ziet zichzelf als de enige die gefundeerde beslissingen kan nemen en laat dan wel weten wie volgens hem de goede kandidaat is om dit daarna uit te voeren. Want zelf zijn handen vuilmaken, dat doet een chef de village niet, dat begrijpt iedereen.

Social dinstancing

V. neemt niet alleen het organisatorische aspect van de cohousing op zich, hij waakt ook over onze veiligheid. Dat is geen gemakkelijke taak in deze Coronatijden, maar hij doet het met de glimlach. Zijn medebewoners zijn immers nogal hardleers in het respecteren van de social distancing. Het is al enkele keren voorgevallen dat enkelen een praatje sloegen op de binnenkoer, met slechts anderhalve meter tussen. Hij heeft dat niet graag en hij heeft ons dat al verschillende keren vergeefs uitgelegd.

Omdat hij in Afrika zat en daardoor meer weet over pandemieën dan Marc Van Ranst, heeft hij hier de maatregelen nog wat aangescherpt. 1,5 meter volstaat niet volgens hem, dus mag geen van ons nog gelijktijdig de gemeenschappelijke tuin of koer betreden. Intussen is hij het flink zat dat we zijn instructies niet nauwgezet opvolgen. Dus begint hij ons te filmen en belt hij de politie. In naam van de volksgezondheid neemt Vincent geen enkel risico.

Zes keer stond de politie hier al tijdens deze lockdown. Blauw zwaailicht. Urgence. V legt hen dan zeer omstandig uit wat er fout liep op de hoeve. De politiemensen luisteren geduldig en vertrekken iedere keer opnieuw zonder gevolg. Tot V’s grote frustratie is er nog geen enkele van de 36.000 coronapv’s in onze brievenbus beland. België, apenland.

Verzet

Eén keer was het wel kantje boordje. Toen stond hier naast de politie ook ineens de brandweer. Er was een kast in de tuin omver gewaaid en gevaarlijke chemische producten dreigden onze bodem te verontreinigen. Toen dat javel, onkruidverdelger en bellenblaas bleken te zijn, begon het volk te morren.

In tijden van crisis stelt men zijn leiders in vraag. Verlicht despotisme is trouwens sowieso wat gedateerd. Dus nu wenden we ons tot geweldloos verzet, een vorm van protest die hij ondanks al zijn ervaringen in Afrika niet lijkt te kennen. We doen social distanced flashmobmeetings op de koer en dito sit-ins in de tuin. Hij heeft nu al drie dagen noch de politie noch de brandweer gebeld. Hij lijkt ten einde raad. Onze leider wankelt. Sit and defend, never surrender!